De toren van Babel, waar de taal van de mensen in verwarring raakte, en de komst van de Geest met Pinksteren, waardoor wij elkaar eindelijk weer verstaan, is een heel overtuigend samenspel van lezingen, alsof die hoofdstukken voor elkaar geschapen zijn.
In het Hebreeuws lijkt het werkwoord verwarren (balal) op de naam Babel. Het heeft er niets mee te maken, maar poxebtisch gesproken, dus op de klank af, is het hetzelfde. Babel betekent in het Akkadisch x91poort der godenx92, maar in het Hebreeuwse verhaal wordt dat dus x91oord van verwarringx92, chaos, de plek waar de talen in de knoop raakten. Babel x96 balal.
Dezelfde grap zou je kunnen uithalen met Roermond, omdat daar zox92n grote toren staat, de zendmast van Roermond: daarom noemt men haar Roermond, omdat de Heer daar de mond van de aarde beroerd heeft.
Wat weten we van die toren? Van de toren van Babel wordt dus verteld in het boek Genesis, in de verhalen van het begin, van nog voor Abraham. Maar ieder die het verhaal hoorde wist dat het ging over Babylon, het verbanningsoord, waarheen duizenden Joden op transport gesteld waren, de toren die ze daar zagen in hun Babylonische ballingschap. Het was een van de wereldwonderen van de oudheid, de kolossale toren bij de hoofdtempel, trapvorming gebouwd, 91 meter hoog, met een basis van 91 bij 91.
Vele Babylonische koningen hadden eraan gebouwd en hem steeds hoger gemaakt tot Sanherib van Assyrixeb hem in 689 voor Christus verwoestte. Meteen zijn ze er weer aan gaan bouwen en dat hebben de Joodse ballingen dus gezien en misschien zijn ze wel gedwongen eraan mee te bouwen, met al die andere ballingen van heel andere streken en talen van de wereld. Want dat was de toenmalige politiek van etnische zuivering: je haalt de bovenlaag van een volk weg, dat volk laat je dus onthoofd achter, zonder hun prinsen en priesters, hun geleerden en smeden. Die zet je heel ergens anders neer, waar ze geen poot aan de grond krijgen en dus ook geen kwaad kunnen.
De Joodse ballingen maakten het mee, de wederopbouw van de tempeltoren, die uiteindelijk door Nebukadnessar II werd voltooid om uiteindelijk door Xerxes in 478 weer te worden verwoest. Die Xerxes kennen we in de Bijbel onder de naam Ahasveros, dat is in het boek Esther.
De gedachte dat de Joodse ballingen eraan mee moesten bouwen, haal ik uit Exodus 5,7.14. Daar wordt precies hetzelfde woord gebruikt als in Genesis 11,3: dat tichels bakken. Het wordt verder in de bijbel niet gevonden. Ik houd het erop dat de eerbiedwaardige x96 maar historisch problematische x96 traditie van Israxebls slavernij in Egypte is gevuld met actuele herinneringen aan een vergelijkbare situatie: die van de Babylonische ballingschap.
Die hele geschiedenis van heidense hoogmoed en hemeltergende afgoderij zit dus in het verhaal van de torenbouw van Babel, oftewel x91de toren van Bla blax92, want dat is hoe hij hier vanmorgen heet, met dit kunstwerk van Arjan Moscoviter in ons midden. Het is een constellatie van een toren en een wegwijzer die twee kanten op wijst: richting Reflexxion of richting Bla bla. De weg naar het nadenken is echter leeg. De voorgevormde mens loopt in drommen op de Bla bla af. Daar binnengekomen loopt de weg niet omhoog, maar juist omlaag.
Wij hebben daar ook zo onze associaties bij. Die toren is een zendmast, een televisietoren, die zijn aantrekkingskracht uitoefent op de massamens. Ze trekken er in groten getale naartoe, gedwee, de door Bla bla gemodelleerde mens, die verwacht in de toren enige verheffing te vinden, maar in werkelijkheid storten ze met zx92n allen naar beneden. De enige weg naar boven is buitenom, langs dat kleine trappetje. Je moet erbuiten blijven.
Niet zox92n optimistisch beeld van de werkelijkheid. Er gaat hier een samenleving aan Bla bla te gronde en niemand heeft het in de gaten. Dit is natuurlijk de oude allegorie van de brede en de smalle weg. Die brede weg dat is waarop de massamens zich voortbeweegt, door Bla bla aangetrokken, Op de smalle weg van de reflectie wordt geen een gevonden. Geen een, zo vergapen we ons allemaal aan Babel.
Het is de toren van de zelfverheffing, het is de toren van de hoogmoed, die vele gestalten aan kan nemen, bijvoorbeeld deze: Je zou als God willen zijn, dus je wilt alles zijn behalve nu net de mens die je bent. Je streeft naar de hemel, maar je bent van de aarde, en juist daar kun je geen genoegen mee nemen. Je eigen leven voldoet je niet, het is te pijnlijk, het zet je telkens weer achteruit. Je eigen leven, je ervaart het als teveel ballast, dus beklaag je je lot, of je begeeft je in dagdromerij om de werkelijkheid te ontvluchten, of je zoekt een verdoving om de werkelijkheid niet onder ogen te zien. Je komt met je eigen leven niet uit, dus moet een ander er iets van maken, of de staatsloterij moet een wonder doen.
Dat bedoelen we met de zonde van x91als God willen zijnx92, de hemel bestormen of desnoods je overgeven aan Bla bla, om toch vooral maar niet te hoeven doen dat ene wat God van je vraagt. Dat je de mens wordt die hij geschapen heeft, niet de massamens, maar die ene: met deze geschiedenis waar je misschien niet zo blij mee bent, met dit lichaam, dat je al aardig in de steek laat, met deze partner, die ook al niet ideaal is, met dit struikelblok, waar je telkens opnieuw over valt. En zo kun je jezelf nog verder in het negatieve trekken en dus jezelf ontvluchten met het hoofd in de hemel.
Maar de vraag blijft: wanneer leer jij nu eens wat het is om een mens te zijn op aarde, met jouw geschiedenis als je anker, met jouw lichaam als je eigenheid, met je partner als de ander en met jouw roeping waaraan je gehoor geeft.
In de Bijbel is het verhaal van de torenbouw van Babel niet opgenomen als een verhaal van oordeel en straf. Dat lijkt het wel te zijn, op het eerste gezicht, maar er is iets anders aan de hand. Waar het om gaat is dit. Tot de mens is van den beginne aan gezegd: x91Wees vruchtbaar, wordt talrijk, vervul de aarde.
Maar juist aan dat laatste mankeert het. Er ligt een wereld voor je open, maar de mens laat zich niet in de ruimte zetten. De Babylonische mens is een eenheidsdenker, die zich in het centrum van de macht ophoudt. Daar blijft hij zijn rondjes lopen. Zijn clubjes en zijn cirkeltjes, hij is er niet uit weg te slaan. Hij maakt zich een naam. Hij vestigt zich blijvend in de status quo en verklaart zijn eigen horizon voor heilig. Die moet zo blijven, terwijl God de mens heeft toegedacht dat hij de aarde vervullen zal, doorkruisen zal, reizen, zwerven en dwalen zal, om de aarde te dienen, te bewerken, te zaaien en te oogsten, om de einder te zoeken, een perspectief. Dat is iets anders dan het hoogste punt.
Onze Schepper heeft de mens gedacht als een wereldbewoner, die zoeken zal naar wat hem vreemd is, die verder kijkt dan eigen volk eerst, die zijn roeping achterna loopt en zijn nieuwsgierigheid.
Het verhaal is erop uit dat de massamens individualiseert, dat de mens die als God wil zijn, zichzelf wordt, dat het eenheidsdenken zich eindeloos differentieert. Dat je ermee leven kunt dat het toch weer anders gaat dan je je had voorgenomen, dat het toch net anders zit dan je altijd had gedacht, dat jijzelf een ander wordt, namelijk jezelf, dus dat je uit je cocon kruipt.
Het verhaal van de toren van Babel en de Babylonische spraakverwarring is niet een verhaal dat in de min staat van straf, oordeel en gericht. Integendeel, het geeft de mens een zet, een hardhandige por, een stevige duw om het nu eindelijk eens aan te durven: de aarde ligt open, het leven wacht, de ander begroet je aan de einder, een nieuw perspectief laat zich daar zien.
En het Pinksterverhaal is dus niet de uiteindelijke nieuwtestamentische plus op de oudtestamentische min: dat het tenslotte toch allemaal weer goed komt en wij elkaar verstaan in een taal van de engelen en mensen. Nee, het verhaal onderstreept juist de veeltaligheid en de zending van de kerk die zal moeten gaan tot de uitersten der aarde. Die uitersten der aarde zijn daar op die Pinksterzondag bij elkaar, allemaal aanwezig. Alle volkeren, ze worden bij name genoemd, alle talen. Een multiculturele samenleving deed zich daar voor op die mooie Pinksterdag.
Wij weten hoe ingewikkeld dat is: multicultureel samenleven. Hij vervreemdend als je tussen alle vreemde talen op je eigen markt loopt. Hoe lastig en onmogelijk ook in de oude wijken. Maar het goede boek heeft die Pinksterdag geboekstaafd als een multicultureel feest. Het is te doen, en omdat het kan moet het. De Geest maakt het mogelijk dat wij onszelf verliezen tot ons behoud.
Om het nog eens heel anders te zeggen: de kerk is een enorme toren van Babel. En hoe moet je je die kerkelijke toren van Babel voorstellen? Als een zoutpot die tot de hemel reikt. Daar doen we veel voor, om dat allemaal in stand te houden, de kerk, de christelijke organisatie, terwijl Christus juist gezegd heeft: Gij zijt het zout der aarde.
Dat zoutend zout ben je pas, niet in je zelfhandhaving en zelfbehoud, maar juist als je wordt uitgestrooid, en je jezelf terug vindt in het leven, het werkelijke leven dat jou is toegedacht in de Naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.
Evangelisch-Lutherse Gemeente Arnhem